Toelichting bij het Sectorkompas
Inleiding
Jaarlijks publiceert Ambulancezorg Nederland (AZN), namens de ambulancesector, het Sectorkompas Ambulancezorg. Het Sectorkompas bevat informatie over ambulancezorg die gebaseerd is op gegevens die de Regionale ambulancevoorzieningen (RAV's) jaarlijks registreren.
Doel Sectorkompas Ambulancezorg
Het Sectorkompas is er voor iedereen die meer wil weten over de ambulancezorg. Door deze cijfers en inzichten beschikbaar te stellen, laat de ambulancesector zien hoe ze ervoor staat en welke ontwikkelingen en trends zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan. Het Sectorkompas bevat per thema het landelijke cijfer en de regionale cijfers (resultaten per RAV).
Interpretatie trends en vergelijkbaarheid
Bij het interpreteren van de trends en het vergelijken van is nuance belangrijk. De acute zorg, waaronder de ambulancezorg, is continu in ontwikkeling en dat zie je terug in de cijfers. Denk aan veranderingen in de acute zorg en andere factoren die de trends beïnvloeden, zoals regionale en geografische verschillen, de afstand tot en tussen ziekenhuizen en de nabijheid van een PCI/beroertecentrum. Daarnaast kunnen nieuwe werkwijzen, aanpassingen in meetplannen en verbeterde registratie de uitkomsten beïnvloeden. Kortom, de context waarin de cijfers tot stand zijn gekomen, is bepalend voor een juiste duiding en juiste conclusies.
Leeswijzer
De gegevens over 2025 zijn gegroepeerd in 10 thema's, waarin onderstaande onderdelen terugkomen.
Kwaliteitskader
Regionale ambulancevoorzieningen (RAV’s) zetten zich samen met hun ketenpartners voortdurend in om de kwaliteit van ambulancezorg te bewaken en te verbeteren. De kwaliteit van de ambulancezorg werd tot de invoering van het kwaliteitskader 1.0 op slechts enkele signalen beoordeeld, zoals de responstijd. Een bredere set van kwaliteitssignalen doet de zorg die ambulancezorgprofessionals aan patiënten verlenen meer recht. In 2018 heeft AZN het landelijk Kwaliteitskader ambulancezorg 1.0 ontwikkeld, in samenwerking met de beroepsvereniging V&VN Ambulancezorg, de Nederlandse Vereniging van Medisch Managers Ambulancezorg, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, Landelijk Netwerk Acute Zorg, GGD GHOR Nederland, InEen, Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Patiëntenfederatie Nederland (PFN) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het kwaliteitskader is in 2019 door AZN, ZN en PFN tripartiet aangeboden aan Zorginstituut Nederland (ZiN) en in maart 2020 opgenomen in het register van Zorginstinstituut Nederland (ZiN). In 2023 is het kwaliteitskader uitgebreid geëvalueerd. Dit heeft geresulteerd in een kwaliteitskader 2.0. Ook dit kwaliteitskader is tripartiet vastgesteld en opgenomen in het register van ZiN.
Pijlers
Het kwaliteitskader ambulancezorg bevat een samenhangende set inhoudelijke en procesmatige kwaliteitssignalen. Deze zijn gebaseerd op de zeven pijlers van goede ambulancezorg:
- Beschikbare en bereikbare zorg
- Patiënt centraal
- Veilige zorg
- Professionaliteit
- Samenwerken
- Continu verbeteren
- Basis op orde
Signalen
Op basis van de pijlers zijn signalen bepaald die in samenhang iets zeggen over de kwaliteit van de ambulancezorg. Een signaal is een meetbaar element dat een aanwijzing geeft over de kwaliteit van een aspect van de ambulancezorgverlening. Een signaal kan betrekking hebben op de structuur (bijv een gecertificeerd kwaliteits/veiligheidsmanagementsysteem), het proces (bijv. pijnregistratie en - behandeling) of de uitkomst (bijv. patiëntervaringen) van een aspect van de ambulancezorgverlening. Bij het bepalen van de kwaliteitssignalen is gekeken naar het hele ambulancezorgproces: van het aannemen en beoordelen van de zorgvraag door de meldkamercentralist ambulancezorg, de zorg aan en het vervoer van de patiënt tot en met de overdracht van de patiënt aan een andere zorgverlener.
Streefwaarden
De signalen zijn waar mogelijk voorzien van streefwaarden. Een streefwaarde kan een wettelijke eis zijn of een sectorale afspraak. De ambulancesector heeft bewust gekozen voor streefwaarden in plaats van normen vanuit de overtuiging dat streefwaarden meer stimuleren tot leren en verbeteren. Dit geldt zowel binnen de RAV alsook tussen de RAV’s. Streefwaarden doen ook meer recht aan de huidige realiteit waarmee de acute zorg, dus ook de ambulancezorg, te maken heeft en de (regionale) context waarbinnen de RAV ambulancezorg moet leveren. Streefwaarden zijn echter niet vrijblijvend. De RAV verantwoordt zich, onder andere via het sectorkompas over de resultaten en de wijze waarop de organisatie werkt aan verbetering. Voor sommige signalen is daarnaast ook nog een minimale of maximale waarde bepaald. Deze geldt als onder- of bovengrens. Voor een signaal waarvoor geen wettelijke eis of sectorale afspraak bestaat, en dus nog geen streefwaarde kan worden bepaald, is een ‘leren en verbeterenproces’ ingericht om te komen tot een realistische en haalbare streefwaarde. Dit proces ziet er als volgt uit. Op basis van de resultaten wordt jaarlijks eerst een voorlopige streefwaarde bepaald. Hiervoor wordt gekeken naar de 20% hoogst/laagst scorende RAV’s, die dienen als ‘best practices’. In drie jaar tijd wordt op deze wijze toegewerkt naar een realistische en verantwoorde definitieve streefwaarde (en indien nodig naar een minimale/maximale waarde).
Kwaliteitskader 2.0
Versie 2.0 van het kwaliteitskader bevat grotendeels dezelfde signalen als versie 1.0. Deze signalen zijn al geïmplementeerd. Vijf signalen uit het kwaliteitskader 1.0 zijn aangepast (herijkt) op basis van de evaluatie. Het betreft de signalen mobiel zorgconsult (7), pijn (11), bekwaamheid (9), multitrauma (15) en effectieve inzet deskundigheden (19). Ook is een nieuw signaal toegevoegd: meldkamerzorg (23). Het kwaliteitskader ambulancezorg 2.0 bestaat uit de volgende pijlers en signalen.
Implementatie en doorontwikkeling
Sinds 2020 heeft de sector gefaseerd gewerkt aan de implementatie van het kwaliteitskader ambulancezorg 1.0. Voor de implementatie van versie 2.0 wordt eenzelfde proces gevolgd. Hiervoor is een implementatieplan opgesteld dat onderdeel uitmaakt van het kwaliteitskader 2.01. In dit document wordt bij de signalen zelf toegelicht wat de implementatiestatus van het signaal is. De ambulancesector vindt het belangrijk zich transparant en toetsbaar op te stellen. Vanuit dit perspectief kiest de sector ervoor om ook in de doorontwikkelfase resultaten van het kwaliteitskader te presenteren in het Sectorkompas. Het uitgangspunt daarbij is dat transparantie en toetsbaarheid plaatsvinden in een context waarin ruimte is voor leren en verbeteren. De resultaten in dit sectorkompas dienen daarom ook vanuit dit perspectief te worden geïnterpreteerd.
Vergelijkbaarheid en betrouwbaarheid
De sector blijft werken aan het analyseren en valideren van de data voor de signalen van het kwaliteitskader. Dit is een continu proces. Aandachtspunten die in meer of mindere mate van toepassing zijn op alle signalen betreffen: eenduidige en volledige registratie, uniforme query's en het realiseren van koppelingen tussen datasets. Daarnaast zijn er signaal-specifieke aandachtspunten. Tijdens de bijeenkomsten met data- en kwaliteitsimplementatie-experts worden deze aandachtspunten besproken en verbeteracties afgesproken.
Regionale context
Het Kwaliteitskader ambulancezorg heeft als doel inzicht te geven in de kwaliteit van de ambulancezorg. Een ander doel is om RAV’s te stimuleren tot leren en verbeteren. Bij sommige signalen heeft de RAV te maken met externe factoren die de uitkomsten beïnvloeden, waarop de RAV geen invloed heeft. Het betreft regionale context en is met name van toepassing op de tijdsgerelateerde signalen CVA (signaal 4) en STEMI (signaal 5). De RAV kan de afstanden tot gespecialiseerde centra niet beïnvloeden, maar deze afstanden zijn wel van invloed op de uitkomsten. Bij de verdieping en rapportage over de signalen 4 en 5 wordt hier uitgebreider aandacht aan besteed
Optimalisatie uitvraagproces
Het optimaliseren van het uitvraagproces is ook een onderdeel van de doorontwikkeling van het kwaliteitskader ambulancezorg. Rondom het proces van uitvragen is dit jaar een aantal stappen gezet. Zo is het proces voor de uitvraag en aanlevering van de gegevens geharmoniseerd met de uitvraag van de MI-gegevens. Dit betekent dat de RAV maar één keer een dataset hoeft aan te leveren en daarmee wordt ontlast. Daarnaast draagt het bij aan de betrouwbaarheid van de data, omdat de berekening plaastsvindt op basis van één dataset. Ook de uitvraag zelf is geoptimaliseerd en gebruikersvriendelijker gemaakt. Voor de RAV’s is een dashboard ontwikkeld waarin zij hun eigen data kunnen uploaden. Deze verbeteringen dragen bij aan het vergroten van de vergelijkbaarheid en betrouwbaarheid van de data. De stappen hebben mogelijk wel geleid tot verschillen in resultaten ten opzichte van de jaren daarvoor. Het is belangrijk dit mee te nemen bij de interpretatie van de resultaten.
Beschikbaarheid en bereikbaarheid
De beschikbaarheid van ambulancezorg blijkt uit de ambulancecapaciteit die elke RAV inzet. In het Sectorkompas komt dit terug in het aantal ambulance-inzetten in 2025. De sector maakt daarbij onderscheid tussen spoedeisende en nietspoedeisende ambulancezorg.
Bij spoedeisende zorgvragen moet de ambulance zo spoedig mogelijk ter plaatse zijn. De intentie is zorgverlening, met indien noodzakelijk, vervoer van de patiënt naar een andere zorginstelling, zoals het ziekenhuis. De ambulance rijdt in deze situaties met een A0-, A1- of A2-urgentie.
Niet-spoedeisende ambulancezorg betreft zorgverlening aan huis/verblijfadres van de patiënt, of het vervoer, met zorg, van en naar het woon- of verblijfadres, de incident-locatie of een zorginstelling voor diagnostiek, behandeling, opname of als de patiënt uit het ziekenhuis ontslagen wordt. Deze inzetten hebben een B-urgentie Voor B-inzetten kan meestal een tijdstip, voor het halen of brengen, afgesproken worden.
Beschikbaarheid gaat over de ambulancecapaciteit die volgens het dienstrooster beschikbaar is in een RAV-regio. Een centralist van de meldkamer ambulancezorg kan over deze capaciteit beschikken binnen een bepaald tijdvak. De beschikbare capaciteit wordt ingezet voor zorgvragen met en zonder spoed (A- en B-urgentie).
Ambulancezorg moet altijd beschikbaar zijn; iedereen moet dus op elk moment van de dag, avond of nacht, kunnen rekenen op ambulancezorg. Daarom vormt beschikbaarheid (capaciteit) de basis voor de bekostiging van ambulancezorg. Het RIVM berekent de benodigde landelijke ambulancecapaciteit. Deze capaciteit wordt bepaald op basis van de benodigde spreiding van standplaatsen (bereikbaarheid) en het werkelijke aantal inzetten en de werkelijke ritduur (beschikbaarheid). Deze productie staat centraal in dit Sectorkompas. De beschikbaarheid worden geleverd via parate diensten en aanwezigheidsdiensten. In het Sectorkompas staat het aantal ambulance-inzetten vanuit verschillende perspectieven weergegeven.
Een ambulance-inzet bestaat uit verschillende kleinere onderdelen, de tijdsintervallen. Hieronder staat schematisch weergegeven welke tijdsintervallen de sector onderscheidt.

Medewerkers
De ambulancesector wil nu en in de toekomst beschikken over voldoende bekwame en gemotiveerde medewerkers. Het blijkt dat door diverse ontwikkelingen er beperkter aanbod is voor een groeiend aantal vacatures, met als gevolg dat tekorten kunnen ontstaan. In dit onderdeel wordt inzicht gegeven in de trends en ontwikkelingen ten aanzien van medewerkers werkzaam in de ambulancezorg. Daarnaast wordt inzicht gegeven in waar ambulancezorgprofessionals mee te maken hebben.
Patiënten
Dit onderdeel bevat patiëntgerelateerde informatie zoals ziektebeelden en leeftijd. Deze informatie is van belang omdat het effect heeft op de verleende zorg. Het onderdeel patiënten bevat tevens informatie over het aantal klachten dat de RAV's in 2025 hebben geregistreerd.
Overzicht Regionale Ambulancevoorzieningen
RAV
De ambulancezorg in Nederland is regionaal georganiseerd in 25 Regionale Ambulancevoorzieningen (RAV's). De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bepaalt het budget dat elke RAV krijgt om ambulances en personeel beschikbaar te stellen binnen de eigen regio. Het macrokader 2025 bedroeg € 1.026 miljoen.
- Groningen
- Friesland
- Drenthe
- IJsselland
- Twente
- Noord- en Oost Gelderland
- Midden Gelderland
- Gelderland Zuid
- Utrecht
- Noord-Holland Noord
- Zaanstreek-Waterland
- Kennemerland
- Amsterdam-Amstelland
- Gooi en Vechtstreek
- Haaglanden
- Hollands-Midden
- Rotterdam-Rijnmond
- Zuid-Holland Zuid
- Zeeland
- Midden-West-Brabant
- Brabant Noord
- Brabant Zuidoost
- Noord- en Midden Limburg
- Zuid-Limburg
- Flevoland

Verantwoording
Verantwoording
Het Sectorkompas is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van AZN. Daarbij geldt:
- De RAV's zijn verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid van de gegevens van de eigen RAV.
- Het RIVM is verantwoordelijk voor het verwerken van de RAV-gegevens met betrekking tot het onderdeel beschikbaarheid en bereikbaarheid.
- Ambulancezorg Nederland (AZN) is verantwoordelijk voor het verwerken van de RAV-gegevens met betrekking tot het Kwaliteitskader en voor de inhoud van alle overige tabellen en grafieken, evenals voor alle teksten.
- Veel van de getoonde informatie is tot stand gekomen na toepassing van de meetplannen, vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van AZN.
Disclaimer
Het Sectorkompas Ambulancezorg is met uiterste zorg en aandacht tot stand gekomen. Desondanks kunnen er fouten in staan. Indien u fouten ontdekt of andere vragen heeft, neem dan contact op met:
- Marieke Hollewand m.hollewand@ambulancezorg.nl
- Margreet Hoogeveen m.hoogeveen@ambulancezorg.nl
