Begrippenlijst

A2 met OGS

Indien er sprake is van een A2 urgentie, zowel tijdens het aanrijden naar de patiënt of vervoer van de patiënt, kan er noodzaak zijn voor het voeren van optische en geluidssignalen. De ambulance-eenheid is dan impliciet geautoriseerd om met optische en geluidssignalen te rijden. De ambulance-eenheid meldt dit aan de MKA. De MKA registreert dit in het bedrijfs- processensysteem; Wanneer het ambulancevoertuig ter plaatse is, bepaalt de ambulance- eenheid op basis van de toestand van de patiënt, evt. in combinatie met verkeerssituatie, of vervoer met optische- en geluidssignalen noodzakelijk is. De ambulance-eenheid meldt dit aan de MKA. De MKA registreert dit in het bedrijfsprocessensysteem.

Agressie en Geweld

Voorvallen waarbij de werknemer psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid’.

Ambulance

Een ambulance is, conform artikel 1 lid 1 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen (Wazv), een voor het vervoer van zieken of gewonden ingericht motorvoertuig, vaartuig of helikopter.

De ambulance en de inventaris zijn afgestemd op het geldende protocol voor ambulancezorg en voldoen aan relevante wet- en regelgeving. ALSambulances (Advanced Life Support) zijn volledig toegerust om hoogcomplexe ambulancezorg te bieden.

CVA

Cerebro Vasculair Accident (CVA) is een acute medische aandoening die gekenmerkt wordt door een plotselinge verstoring van de doorbloeding van de hersenen.

Implementatiedoelstellingen van de onderzoeksagenda 2021-2026

  1. Borgen onderzoekstaken binnen RAV
  2. Ontwikkelen kennis binnen RAV
  3. Bijdragen aan onderzoeksagenda 2021-2026
  4. Samenwerken op thema onderzoek in een netwerk
  5. Delen kennis via wetenschappelijke publicatie en/of ander platform.

Inzet afgebroken

Een inzet die wordt uitgevoerd met de intentie tot zorgverlening, waarbij tijdens het aanrijden en voordat de ambulance arriveert op de locatie waar de patiënt zich bevindt, de centralist van de meldkamer ambulancezorg de inzet afbreekt. In geval van pech of een ongeluk met de ambulance, kan de ambulance-eenheid de inzet afbreken.

Inzet declarabel

Een inzet waarbij een patiënt wordt vervoerd en die voldoet aan de criteria op basis waarvan de inzet kan worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraar.

Inzet loos

Een inzet die wordt uitgevoerd met de intentie tot zorgverlening, waarbij na aankomst op de (veronderstelde) locatie van de patiënt blijkt dat er geen noodzaak voor zorgverlening (meer) aanwezig is, de patiënt niet aanwezig is of dat het benodigde zorgniveau niet overeenkomt met de gestelde zorgvraag. Een inzet kan pas een inzet loos blijken te zijn nadat de ambulance-eenheid is gearriveerd op de plaats waar de patiënt zou moeten bevinden.

Klacht

Een uiting van onvrede over de behandeling of bejegening die op de juiste wijze is ingediend bij de RAV. Met de juiste wijze wordt bedoeld dat de indienende persoon recht van spreken heeft en de klacht schriftelijk en ondertekend heeft ingediend.

MICU

Bij specialistische IC-inzetten is er meestal sprake van electief IC-transport, dat planbaar is en uitgevoerd wordt met een Mobile Intensive Care Unit (MICU).

  • Het MICU-coördinatiecentrum draagt zorg voor de organisatie van het transport van de volwassen IC-patiënt, voor de begeleiding door een arts (intensivist) en voor de aanvraag van het MICU-transport via de meldkamer ambulancezorg.
  • De RAV draagt zorg voor (de beschikbaarheid van) het MICU-voertuig en voor MICU-chauffeurs.

Mobiel zorgconsult

Een mobiel zorgconsult is een inzet die wordt uitgevoerd met de intentie tot zorgverlening, waarbij ter plaatse na onderzoek van de patiënt de noodzaak tot vervoer niet gebleken is. Er is altijd sprake van contact met een patiënt (voorheen: Eerste Hulp Geen Vervoer).

Multitrauma patient

Mensen met ernstig lichamelijk letsel, bijvoorbeeld door een ongeval.

Niet-spoedeisende ambulancezorg

Zorg door een ambulancezorgprofessional aan een patiënt op het woon- of verblijfadres of vervoer met zorg van een patiënt tussen het woon- of verblijfadres of de incidentlocatie en een zorginstelling voor diagnostiek, behandeling, opname of ontslag. De RAV maakt, waar mogelijk, afspraken met de patiënt dan wel de aanvrager over het tijdstip van halen of brengen en de plaats van bestemming.

Rapid responder

De rapid responder is een ambulanceverpleegkundige of medisch hulpverlener, in dienst van de RAV, die zelfstandig wordt ingezet bij meldingen waarbij de meldkamer ambulancezorg geen vervoer van de patiënt verwacht. De rapid responder kan ter plekke zorg verlenen en indien nodig vervolgzorg door andere zorgverleners in gang zetten. Deze ritten zijn onderdeel van de A-urgentie ritten, maar krijgen het kenmerk Rapid responder.

RAV

RAV zijn Regionale Ambulancevoorzieningen: de organisaties die in een regio alle ambulancezorg regelen en uitvoeren. Ze zorgen dat er 24/7 ambulances, personeel en meldkamercoördinatie klaarstaan om mensen snel en professioneel te helpen.

Spoedeisende ambulancezorg

Bij spoedeisende zorgvragen moet de ambulancezorg zo spoedig mogelijk ter plaatse zijn. De intentie is zorg te verlenen en, indien noodzakelijk, de patiënt te vervoeren. De centralist van de meldkamer ambulancezorg bepaalt op basis van de zorgvraag de urgentie waarmee de ambulance naar de patiënt rijdt. De ambulancezorgprofessional bepaalt de urgentie van het eventuele vervoer van de patiënt. Spoedeisende ambulancezorg kan ieder moment van de dag nodig zijn en is daarmee per definitie niet planbaar. De toestand van de patiënt is bepalend voor wat er gebeurt: zorg verlenen en vervoeren, alleen zorg ter plaatse verlenen of verwijzen naar een andere zorgverlener.

STEMI

Een ST-Elevatie Myocard Infarct (STEMI) is en onderdeel van de registratie van tijdgerelateerde aandoeningen. Patiënten die worden aangeboden voor een dotterbehandeling zijn hier ook onderdeel van.

Verdieping CSS

In 2019 is de ambulancesector gestart met het invoeren van een eenduidige registratie van tijdsgerelateerde aandoeningen: cva, stemi, circulatiestilstand (css) en multitrauma. De ontwikkeling vindt zijn oorsprong in 2018, het Actieplan ambulancezorg, maar heeft inmiddels ook een plek gekregen in het Kwaliteitskader spoedzorgketen. Inzicht in de prestaties van de ambulancezorg met betrekking tot de tijdskritische aandoeningen levert belangrijke input op voor procesoptimalisering van de ambulancezorg. Het uiteindelijke doel is om tot ketenbrede registratie te komen en ketenoptimalisatie te realiseren.

De landelijke registratie van circulatiestilstand volgt op de registratie van CVA en STEMI, volgens hetzelfde proces. De werkgroep tijdsgerelateerde aandoeningen heeft een concept meetplan ontwikkeld waarmee een veldtest is uitgevoerd in vier RAV’s. Samen met het RIVM zijn de resultaten van de veldtest geanalyseerd en is het meetplan vastgesteld. In vergelijking met het zorgpad CVA en STEMI is het zorgpad CSS complexer: bij een reanimatiesetting zijn meestal twee ambulances betrokken, wordt soms assistentie vanuit een buurregio verleend en is het niet vanzelfsprekend dat de eerste ambulance de patiënt ook vervoert.

Verdieping Signaal 1: A1-inzetten – responstijdpercentage en mediane responstijd

In situaties waarbij er sprake is van acute bedreiging van vitale functies van de patiënt, of situaties waarin deze bedreiging pas na beoordeling door ambulancezorgprofessionals kan worden uitgesloten, een A1-­urgentie, is het van belang dat de ambulance zo snel mogelijk (binnen 15 minuten) ter plaatse is. Het signaal ‘A1-inzetten’ bestaat uit het responstijdpercentage (1a) en de mediane responstijd (1b).

  • Conform de Wet ambulancezorgvoorzieningen hebben RAV’s hebben de plicht om ervoor te zorgen dat onder normale omstandigheden in ten minste 95% van A1­-meldingen een ambulance na aanname van de melding ter plaatse is. De implementatie en evaluatie van de verbeterde urgentie­-indeling kan in de toekomst mogelijk leiden tot aanpassing.

Verdieping signaal 10: Ziekteverzuim

Uitval van medewerkers zet de beschikbaarheid van de ambulancezorg en de ruimte voor professionele ontplooiing binnen een organisatie onder druk. En is daarmee van invloed op de kwaliteit van de ambulancezorgverlening. Het signaal ‘ziekteverzuim’ meet het percentage ziekteverzuim totaal binnen de RAV.

Verdieping Signaal 11: Pijnregistratie (trauma)patienten

Adequate pijnbestrijding is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van de ambulancezorg. Het meten van de pijnintensiteit is een voorwaarde voor adequate pijnbestrijding. In het LPA zijn afspraken gemaakt over de wijze van pijnmeting en - behandeling. Het LPA vormt de basis voor dit signaal. In 2023 is het LPA-protocol “Pijnbestrijding” aangepast. Het signaal ‘pijnregistratie en -behandeling’ is hierop aangepast en bestaat nu uit drie onderdelen:

  1. Pijnregistratie traumapatiënten: Percentage traumapatiënten bij wie de pijnintensiteit bij aankomst van de ambulance is gemeten met een (verbale) NRS, VAS, gezichtjesschaal of VRS-4.
  2. Pijnbehandeling (trauma)patiënten: Percentage (trauma)patiënten met een waarde van 4 of hoger op de NRS, VAS of gezichtjesschaal of een waarde ‘matige of ernstige pijn’ op de VRS-4 en die pijnstilling hebben gekregen.
  3. Type pijnbehandeling (trauma)patiënten: Verdeling van de typen medicamenteuze behandeling die (trauma)patiënten met pijn hebben gekregen.

Het meetpunt ‘pijnbehandeling’ is verbreed naar alle patiënten. Ook is een nieuw meetpunt toegevoegd over de inzet van verschillende typen medicamenteuze pijnbehandeling, voor alle patiënten. Volgens het nieuwe LPA-protocol is het aan de ambulancezorgprofessional om te besluiten wel/geen pijnmeetinstrument te gebruiken. De onderdelen pijnbehandeling niet-traumapatiënten en type pijnbehandeling zijn in 2024 voor het eerst gemeten. Op basis van de analyses van de resultaten wordt het signaal verder doorontwikkeld en het meetplan verder aangescherpt.

Verdieping signaal 12: Gecertificeerd kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem

Een goed functionerend kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem vormt een belangrijke basis voor de borging en continue verbetering van kwaliteit van de ambulancezorgverlening. Door middel van externe beoordeling en certificering van het kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem wordt voor externe partijen inzichtelijk dat de RAV aan kwaliteitseisen voldoet. Het is een sectorale afspraak dat de RAV beschikt over een gecertificeerd kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem. Dit signaal meet of de RAV hieraan voldoet. Bij dit signaal benoemt de RAV ook drie thema’s die in het meetjaar specifiek de aandacht hebben gehad. Door deze thema’s uit te wisselen kunnen RAV’s van elkaar leren. De top-3 van kwaliteitsthema's voor 2025: 1) incidenten en calamiteiten, 2) hygiëne, 3) interne audits.

Verdieping signaal 13: Informatiebeveiliging

Het veilig verwerken van informatie wordt steeds belangrijker. Het is een sectorale afspraak dat de RAV NEN 7510-gecertificeerd is en de norm heeft geïmplementeerd. De certificatie van RAV’s op de NEN 7510 laat zien dat de sector het thema belangrijk vindt en haar verantwoordelijkheid neemt. Dit signaal meet of de RAV aantoonbaar (via certificatie) voldoet aan de NEN 7510­norm (informatiebeveiliging in de zorg). Bij dit signaal benoemt de RAV ook drie thema’s die in het meetjaar specifiek de aandacht hebben gehad. Door deze thema’s uit te wisselen kunnen RAV’s van elkaar leren. De top-3 van thema's voor 2025: 1) awareness, 2) autorisatieproces, 3) herziening NEN7510-norm.

Verdieping signaal 14: Ketenpartnertevredenheid

Goede samenwerking tussen de RAV en ketenpartners is essentieel voor de kwaliteit van de ambulancezorg. Het periodiek evalueren van de ervaren kwaliteit van de samenwerking, geeft aanknopingspunten voor verbetering. In 2022 is een landelijk meetinstrument ontwikkeld, in samenwerking met onderzoeksbureau Newcom Research en Consultancy. De eerste landelijke meting heeft in 2023 plaatsgevonden. De resultaten van deze meting zijn in het Sectorkompas 2024 gepubliceerd. Het onderzoek wordt driejaarlijks uitgevoerd, de volgende meting vindt plaats in 2026.

Verdieping Signaal 15: Multitraumazorg

De kwaliteit van traumazorg is ingebed in de acute zorgketen. Multitraumapatiënten dienen zo snel mogelijk naar het juiste level traumacentrum gebracht te worden. De ambulancezorg speelt hierbij een belangrijke rol als het gaat om de triage, de inzet van een ambulance, MMT of traumahelikopter en de overdracht van de patiënt aan het traumacentrum. Vanaf 1 januari 2025 moeten alle traumazorgregio’s kunnen voldoen aan de norm dat minimaal 90% van de multitraumapatiënten direct in een level-1-traumacentrum terechtkomt. Hoewel de ISS pas achteraf en vaak met aanvullende diagnostiek in het ziekenhuis bepaald kan worden, draagt de toepassing van het protocol ‘Keuze ziekenhuis trauma’ uit het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA) door ambulancezorgprofessional bij aan juiste zorg op de juiste plek. Inhoudelijke evaluatie van de zorg voor multitraumapatiënten in ROAZ-verband draagt ook bij aan concrete verbeteringen van de zorg. Het signaal ‘Multitraumapatiënten naar juiste plek’ meet twee aspecten:

  1. Vervoer multitrauma naar level-1 traumacentrum: het percentage patiënten met een RTS kleiner dan 12 of PTS kleiner dan 9 dat vervoerd is naar een level-1 traumacentrum.
  2. Deelname (namens) medisch manager ambulancezorg (MMA) aan werkgroep in ROAZ­-verband ter evaluatie opvang multitraumapatiënten.

Ad1. Naar aanleiding van het protocol ‘Keuze ziekenhuis trauma’ uit het LPA voegde de sector in 2024 een meetpunt toe over het aandeel van de patiënten met een of meer van de acht toestandsindicaties voor level-1 dat vervoerd is naar een level-1 traumacentrum. Hiermee ging de sector in op recente ontwikkelingen omtrent de multitraumanorm. De conclusie op basis van de resultaten uit de veldtest was dat het operationaliseren van de toestandsindicaties zeer ingewikkeld is en het ontsluiten van de data zeer complex. Het meetpunt is hier op aangepast: de sector focust nu op één van de toestandsindicaties: een RTS kleiner dan 12 of een PTS kleiner dan 9. De eerste resultaten van dit meetpunt bleken nog niet betrouwbaar genoeg om te publiceren. In 2026 wordt het signaal herijkt en het meetplan aangepast.

Verdieping Signaal 16: Leveren Wetenschappelijke bijdrage

Wetenschappelijk onderzoek draagt bij aan de verbetering van de kwaliteit van de ambulancezorg. De sector heeft een landelijke onderzoeksagenda 2021­-2026 ontwikkeld en implementatiedoelstellingen vastgesteld. Naast onderzoeksthema's bevat de onderzoeksagenda implementatiedoelstellingen:

  1. Kennis ontwikkelen: onderzoek op de gekozen thema’s opzetten en uitvoeren.
  2. Samenwerken: samen onderzoek uitvoeren en structureel samenwerken met onderzoeksinstituten en kennispartners.
  3. Kennis delen: elkaar structureel informeren over zowel lopende onderzoeken binnen de ambulancezorg als de resultaten daarvan. Bijvoorbeeld via intranet, website en bijeenkomsten.
  4. Verbeteren: onderzoeksresultaten implementeren binnen ambulancesector.
  5. Borgen: structuur voor research & development inrichten en een structureel budget voor onderzoek vrijmaken. Het signaal ‘Leveren wetenschappelijke bijdrage’ meet de mate waarin de RAV deze implementatiedoelstellingen heeft gerealiseerd.

Verdieping signaal 17: Voorbereid op rampen en Crises

Het is van belang voor de kwaliteit van de zorgverlening tijdens rampen en crises dat de RAV zich samen met ketenpartners (ziekenhuizen, GGD, en huisartsenposten) hierop voorbereid. Het landelijk kader Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO) beschrijft de verantwoordelijkheden van de verschillende gremia op landelijk en regionaal niveau. Het signaal ‘voorbereid op crises en rampen’ geeft een indicatie van de mate waarin RAV’s voorbereid zijn op rampen en crises. Het signaal bestaat uit zeven thema’s (structuurniveau) met betrekking tot de crisisorganisatie en organisatie van OTOactiviteiten van de RAV:

  1. Crisisorganisatie
  2. Organisatie van OTO-activiteiten
  3. Gebruik landelijke module ambulancebijstand
  4. Gewondenspreidingsplan
  5. Bekendheid GGB-structuur
  6. Convenant/werkafspraak SIS en
  7. Calamiteitenvoertuig

Verdieping Signaal 18: Medische Technologie

Ambulances zijn uitgerust met zeer hoogwaardige technologie. Het is van belang voor de patiëntveiligheid dat deze technologie veilig is, voldoet aan wettelijke eisen en op een veilige manier wordt gebruikt door professionals. Het convenant ‘Veilige toepassing medische technologie in de medische specialistische zorg’ draagt hier hier aan bij. Het convenant bestaat uit vier onderdelen:

  1. Positie medische technologie in het kwaliteit­ en veiligheidssysteem
  2. Invoeringsfase
  3. Gebruiksfase
  4. Afstotingsfase Het signaal meet de mate waarin de onderdelen uit het convenant binnen de RAV is geïmplementeerd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat RAV’s compactere organisaties zijn dan ziekenhuizen. Dit betekent dat sommige onderdelen van het convenant niet op iedere RAV van toepassing (kan) zijn, omdat zij bijvoorbeeld niet deelnemen aan klinische studies of het onderhoud door technici hebben uitbesteed. Verder zullen sommige procedures die in het convenant separaat benoemd worden bij RAV’s verweven zijn in andere/bredere procedures.

Verdieping Signaal 19: Effectieve inzet deskundigheden

Het uitgangspunt voor de ambulancezorg is ‘juiste zorg op het juiste moment, op de juiste plek’. Door middel van zorgdifferentiatie probeert de RAV het zorgaanbod zo goed mogelijk af te stemmen op de zorgvraag van de patiënten. De sector heeft hiervoor het Raamwerk zorgdifferentiatie opgesteld (2022). De RAV kan verschillende niveaus van ambulancezorg inzetten: hoog­, midden­ en laag­ complexe ambulancezorg . Evaluatie van de effectiviteit van de ingezette zorg draagt bij aan de verbetering van de ambulancezorgverlening. Het signaal ‘Effectieve inzet deskundigheden’ meet het percentage niet-spoedeisende (planbare) inzetten waarvan het ingezette zorgniveau overeenkomt met het getrieerde zorgniveau door de MKA. Het meten van hoe effectief RAV’s dit doen is uitdagend, omdat daarvoor overeenstemming nodig is over wat effectief is. Als eerste stap heeft de sector in het kwaliteitskader 1.0 met dit signaal inzicht gegeven in de mate waarin RAV’s zorgdifferentiatie toepassen en in hoeverre centralisten daarbij worden ondersteund via inzetcriteria. In het kwaliteitskader 2.0 richt het signaal zich meer op het meten van de effectiviteit van ingezette ambulancezorg. In 2024 is het signaal voor het eerst gemeten. De komende jaren wordt het signaal doorontwikkeld.

Verdieping Signaal 2: A2-inzetten – responstijdpercentage en mediane responstijd

In situaties waarin er geen sprake is van direct levensgevaar, maar er wel sprake kan zijn van (ernstige) gezondheidsschade voor de patiënt, of het vermoeden daarvan, een A2­ urgentie, is het van belang dat de ambulance zo snel mogelijk (binnen 30 minuten) ter plaatse is. Het signaal ‘A2-inzetten’ bestaat uit het responstijdpercentage (2a) en de mediane responstijd (2b).

  • Voor een A2-­inzet geldt geen wettelijke norm, maar is er wel een sectorale afspraak dat de RAV er naar streeft dat onder normale omstandigheden de ambulance bij een A2­-melding binnen 30 minuten na aanname van de melding er plaatse is. De implementatie en evaluatie van de verbeterde urgentie-­indeling kan in de toekomst mogelijk leiden tot aanpassing van deze afspraak.

Verdieping signaal 20: Kwaliteit en interoperabiliteit digitale dossiers

Het digitaal uitwisselen van patiëntgegevens tussen RAV en ketenpartners is van belang voor de kwaliteit en continuïteit van de zorgverlening. In de landelijke Richtlijn Gegevensuitwisseling acute zorg (2024) is vastgelegd welke gegevens op welke momenten tussen RAV, huisartsen(posten) en ziekenhuizen (SEH) worden uitgewisseld. De richtlijn bevat 22 zogenaamde ‘uitwisselberichten’, waarvan er 15 relevant voor wijzigen in 'van toepassing zijn op'. Dit signaal meet in hoeverre de RAV de 15 berichten vanuit de richtlijn gegevensuitwisseling acute zorg die van toepassing zijn op de ambulancezorg heeft geïmplementeerd. Voor elk van deze berichten meet het signaal de volgende aspecten:

  1. Technische en procesmatige implementatie RAV
  2. Technische implementatie bij relevante ketenpartners
  3. Daadwerkelijk gebruik/toepassing NB: RAV’s en ketenpartners hebben de berichten 1 (spoedmelding huisarts-MKA), 7 (spoedsamenvatting huisarts-ambulance) en 22 (bevestiging MKA-HAP) nog niet kunnen implementeren. Deze berichten zijn nog in ontwikkeling binnen Met Spoed Beschikbaar.

Verdieping signaal 21

Om de drie jaar kiest de sector een actueel zorgthema, dat breed leeft bij ambulancezorgprofessionals en waar ruimte voor verbetering is. Voor dit zorgthema doorloopt de RAV gedurende drie jaar het proces van ‘meten ­leren ­verbeteren ­meten’. Voor 2023 tot en met 2025 is het thema ‘Mobiel zorgconsult’ geselecteerd. Het thema richt zich op twee aspecten: a) schriftelijke/digitale informatievoorziening aan patiënten na een mobiel zorgconsult en b) digitale overdracht informatie aan de huisarts.

Verdieping signaal 22: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)

Het leveren van kwaliteit van zorg moet ook aansluiten op maatschap­pelijk verantwoord ondernemen. Het gaat hierbij om de duurzaamheid van mensen, middelen en technologie. Zodat de ambulancesector ook in de toekomst goede kwaliteit van zorg kan blijven leveren. Het inrichten van beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) start met een MVO-visie. Het signaal ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ meet of de RAV een door het bestuur vastgestelde visie op maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft die integraal onderdeel is van beleid.

Verdieping Signaal 23: Meldkamerzorg

De meldkamer ambulancezorg (MKA) van de RAV is het eerste aanspreek­punt voor 112-meldingen van burgers en (spoed)aanvragen van verwijzers. Zorgvragen worden op de MKA getrieerd om tot een toestandsbeeld, urgentiebepaling en inzet te komen. Ook kan triage leiden tot een zelfzorgadvies of doorverwijzing naar een andere zorgverlener. Goede meldkamerzorg is essentieel voor de kwaliteit van de ambulancezorg. In 2024 is gestart met de operationalisatie van dit signaal. Samen met een werkgroep van meldkamerexperts is een voorlopig meetplan opgesteld, waarmee en veldtest is uitgevoerd. Op basis van de resultaten van de veldtest is besloten dat het signaal om verdere uitwerking vraagt. In 2026 wordt een aangepast meetplan gerealiseerd.

Verdieping Signaal 3: B-inzetten – inzetten brengen

Ook bij niet-spoedeisende (planbare) ambulancezorg, de B-inzetten, is tijdigheid van belang. Bij B-­inzetten met een tijdsafspraak, bijvoorbeeld een afspraak in het ziekenhuis voor een therapie of behandeling, is het voor zowel de patiënt als de behandelend zorgverlener belangrijk dat de patiënt op tijd op de afspraak is. Het signaal ‘B-inzetten – inzetten brengen’ meet het percentage patiënten dat met niet-spoedeisende ambulancezorg binnen de afgesproken tijdspanne (maximaal 30 minuten voorafgaand aan de afspraak) op de plaats van bestemming (hoofdingang ziekenhuis) is gebracht. Veel RAV’s hebben moeite om de gegevens voor dit signaal te registreren en te ontsluiten. De knelpunten en oplossingsrichtingen zijn in kaart gebracht. Ook zijn acties afgesproken om registratie en ontsluiting door alle RAV’s te kunnen realiseren. Een aantal RAV’s heeft het signaal geïmplementeerd en kan de gegevens ontsluiten. De resultaten staan in het sectorkompas. Daarbij dient wel in acht te worden genomen dat dit signaal in ontwikkeling is.

Verdieping Signaal 4:

Patiënten met (verdenking op) een herseninfarct (CVA) moeten zo snel mogelijk na de eerste symptomen worden behandeld in een centrum voor acute beroertezorg (trombolyse (IVT) of trombectomie (EVT)). De ambulancezorg speelt een belangrijke rol in dit tijdkritische ketenzorgproces. Het signaal ‘CVA-doorlooptijd’ meet het percentage patiënten (A1-­inzet) waarbij op grond van tekenen en symptomen passend bij (verdenking op) herseninfarct (CVA) de patiënt mogelijk in aanmerking komt voor IVT en/of EVT en waarbij de patiënt binnen 45 minuten na melding MKA is aangeleverd bij een acuut beroerte-/EVT-centrum. Bij de interpretatie van de resultaten voor dit signaal dient rekening te worden gehouden met de invloed van regionale kenmerken, zoals de afstand tot ziekenhuizen. Deze afstand en daaraan verbonden rijtijd zijn niet te beïnvloeden door de RAV. Dit signaal is de eerste stap naar het verbreden tot ‘call to needle’, in samenwerking met ketenpartners.

Verdieping Signaal 5:

Patiënten met een ST­elevatie myocardinfarct (STEMI) moeten zo snel mogelijk worden behandeld in een centrum voor percutane coronaire interventie (PCI). De ambulancezorg speelt een belangrijke rol in dit tijdkritische ketenzorgproces. Het signaal ‘STEMI-doorlooptijd’ meet het percentage patiënten (A1-­inzet) met werkdiagnose STEMI dat binnen 60 minuten na melding MKA is aangeleverd bij een PCI­ centrum. Bij de interpretatie van de resultaten voor dit signaal dient rekening te worden gehouden met de afstand tot PCI-centra. Deze afstand en daaraan verbonden rijtijd is niet te beïnvloeden door de RAV. Het PCI-centrum registreert de zogenaamde ‘door-to-needle’ tijd. Door ook de tijd te meten tussen de melding bij de MKA en het tijdstip van aankomst bij het PCIcentrum ontstaat een vollediger beeld van de snelheid waarmee een patiënt wordt geholpen (de zogenaamde ‘onset to balloon time’). Dit is van belang voor de kwaliteitsverbetering binnen de hele keten.

Verdieping Signaal 6: Patientervaringen

Patiëntervaringen helpen de RAV om de zorg beter af te stemmen op de verwachtingen en aspecten die voor de patiënt van belang zijn. Dit signaal heeft betrekking op spoedeisende zorg (inclusief mobiel zorgconsult), niet­-spoedeisende en meldkamerzorg. De patiëntervaringen worden driejaarlijks gemeten op de volgende onderdelen:

  1. Spoedeisend algemeen en kwaliteitsclusters.
  2. Niet-­spoedeisend/planbaar algemeen en kwaliteitsclusters.
  3. Mobiel zorgconsult algemeen en kwaliteitsaspecten. Voor het meten van de patiëntervaringen wordt gebruik gemaakt van de CQ-index voor spoedeisende ambulancezorg en de CQ-index voor niet-spoedeisende ambulancezorg. Met de beide CQ-indexen worden driejaarlijks de ervaringen van patiënten bij alle RAV’s gemeten. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Nivel als onafhankelijke partij. Door het gelijktijdig uitzetten van de beide vragenlijsten in eenzelfde periode bij alle RAV’s, ontstaat een compleet en vergelijkbaar beeld van de kwaliteit van ambulancezorg vanuit cliëntenperspectief. Het onderzoek resulteert in landelijke gemiddelden en een spiegelrapportage op RAV-niveau. De kwaliteitsaspecten van de CQI spoedeisende ambulancezorg hebben betrekking opde volgende thema’s:
  4. Meldkamer
  5. Bejegening
  6. Handelen
  7. Communicatie
  8. Vervoer
  9. Spoedeisende Hulp (SEH)
  10. Mobiel zorgconsult

Voor het meten van de ervaringen van patiënten met een mobiel zorgconsult zijn vragen toegevoegd aan de CQI Spoedeisende ambulancezorg, onder het themaMobiel zorgconsult. Het algemene thema ‘mobiel zorgconsult’ omvat de volgende subthema’s: • U hoefde niet mee met de ambulance: heeft het ambulancepersoneel u duidelijk uitgelegd waarom? • Had u vertrouwen in deze beslissing? • Had u het gevoel dat u inspraak had bij deze beslissing? • Heeft u de zorg gekregen die u nodig had? • Heeft het ambulancepersoneel u informatie gegeven voordat ze vertrokken • Wist u door deze informatie waar u op moest letten? • Heeft het ambulancepersoneel instructies gegeven over wat u(w naasten) konden doen wanneer uw situatie verslechterde? • Werd(en) u(w naasten) door deze instructies gerustgesteld? De kwaliteitsaspecten van de CQI niet-spoedeisende ambulancezorg hebben betrekking op vier thema’s: • Vervoer • Bejegening • Handelen • Communicatie Deze vier thema’s voor de niet-spoedeisende ambulancezorg komen overeen met de thema’s van de CQI spoedeisende ambulancezorg. Hierdoor is het mogelijk om de ervaringen van patiënten met spoedeisende en niet-spoedeisende ambulancezorg te vergelijken.

Verdieping Signaal 7: Mobiel zorgconsult en opnieuw ambulancezorg

Toelichting signaal Bij een mobiel zorgconsult laat de ambulancezorgprofessional na onderzoek, behandeling en zorgadvies, de patiënt thuis. Dit signaal geeft ambulancezorgprofessionals en de RAV inzicht in de (uitkomst van de) verleende zorg en aanknopingspunten voor verbetering. Het signaal ‘Mobiel zorgconsult en opnieuw ambulancezorg’ meet het percentage patiënten dat na een mobiel zorgconsult opnieuw ambulancezorg heeft ontvangen binnen 24 uur.

Context bij de cijfers Het mobiel zorgconsult is de afgelopen jaren een belangrijkere vorm van ambulancezorg geworden. Landelijk bestaat nu bijna een derde van alle spoedinzetten uit mobiel zorgconsulten4. Inzicht in het mobiel zorgconsult en de herconsulten draagt bij aan het bieden van de juiste zorg, op het juiste moment op de juiste plaats. Verschillende RAV’s deden de afgelopen jaren zelf al analyses en onderzoek naar de kenmerken van herconsulten. De inzichten zijn meegenomen in de doorontwikkeling van dit signaal in het kwaliteitskader 2.0. Sinds 2025 worden de volgende kenmerken van de herconsulten landelijk uitgevraagd: urgentie, soort vervoer en werkdiagnose. De resultaten worden dit jaar op landelijk niveau gepresenteerd.

Verdieping Het thema ‘mobiel zorgconsult’ maakt onderdeel uit van de landelijke onderzoeksagenda ambulancezorg. Diverse RAV’s doen onderzoek naar het mobiel zorgconsult. De resultaten worden gedeeld via wetenschappelijke publicaties, presentaties tijdens het landelijke Onderzoekscafé en in het landelijk onderzoeksnetwerk Mobiel zorgconsult. Inmiddels nemen 17 RAV’s deel aan dit netwerk. Een volgende stap is het opzetten van een landelijk onderzoek op het thema.

Verdieping Signaal 8: Infectiepreventie

De mate waarin de hygiënerichtlijn voor de ambulancezorg binnen de RAV is geïmplementeerd. Het signaal bestaat uit vier onderdelen:

  1. Integraal beleid.
  2. Voorlichting en instructie personeel.
  3. Protocol en meldprocedure prik-, snij-, bijt- en spatincidenten.
  4. Vaccinatiestatus. In 2026 is de hygiënerichtlijn geactualiseerd. Indien nodig wordt het signaal hierop aangepast.

Verdieping signaal 9: Bekwaamheid

De bekwaamheid van ambulancezorg professionals is van essentieel belang voor de kwaliteit van de ambulancezorg. Het sectorale beleid en de bekwaamheidseisen voor de verschillende functies binnen de ambulancezorg, zijn vastgelegd in het Fundament voor bekwaamheidsbeleid (2024). Op basis van het nieuwe fundament is het signaal aangepast. Het signaal bestaat nu uit volgende onderdelen: • Bekwaamheid: het percentage ambulancezorgprofessionals dat in het meetjaar een geldige bekwaamheidsverklaring van de MMA of BIG-geregistreerde medisch eindverantwoordelijk arts heeft. • De mate waarin de RAV een bekwaamheidsbeleid heeft geïmplementeerd conform het nieuwe Fundament voor bekwaamheid, op de onderdelen:

  1. Behoud en toekenning van bekwaamheid
  2. Onderhoud van bekwaamheid
  3. Toezicht op bekwaamheid
  4. Maatregelen bij gebleken onbekwaamheid